In 't Schoein Vloms vlag schoon vlaams
Diksjoneir
Alle woerden
 
Algemien Neiderlands of Schoein Vloms (woorvan dat de mensjen wel isj peizen dat 't typisch Oilsjters es)
Zoid-Neiderlands of Vloms (woorvan dat de mensjen wel isj peizen dat 't typisch Oilsjters es)

70 gevonnen.
 

Oilsjters
AFBAKKEN een goed korstje aan bakken. 2 al het vet er goed uit bakken (dus eigenlijk: het vet afbakken). Ook figuurlijk bedoeld: gij kunt ook nogal overdrijven. Facebookpagina Oilsjtersen Diksjoneir, Peter Schellekens, 10/8/2017:Ik oeirdegen verleide weik "goi bakt a zwette trippen oeik goed af zee" mor weit ni wa da wiltj zeggen. Vgl.  A.N. Het al te bruin bakken: te erg maken.
AFTEIREN 1 afzomen van het breiwerk vooraleer het van de naald te halen 2 breisteken teruggaan omdat die verkeerd waren. (vgl. WNT: afternen, aftarnen, aftornen: lostornen van naaiwerk, bv. een mouw van een jas: ook: afstropen, bv. een konijn de pels aftarren)

*AKKER -nor annen akker goon: naar bed gaan. De Aankondiger 21/3/1984: As ge watj, koste (binsjt den oerlogt) vroeg nor annen akker goon en ligge loisteren nor de vliegtoigen die batoid meh gieël eskadrongs oevervlo
AMBALEINEKEN vA 3/1/1954: De zalige tijd dat wij zelf nog “echte” nieuwjaarsbrieven mochten schrijven. Deze met een mooi emblêmeken op. 2 figuurlijk, meewarend: sloortje, duts: Dat es oeik een ambaleineken.
*ANZJEVEI van Fr. achevé: volleerde, expert (=’schriftgeleerde’) Ook: anzjewie, anzjewieter
*BARBARIST rederijker van de St.-Barbarakamer, vanaf 15de eeuw.  Nu ‘Theater Barbara’. (vervangt de foute tekst in de vorige editie)
BAST huid in: den bast af: schaafwonde. Seril in Gids vr Uithuizigen, juli 1987: een blaad oeig, den bast van zen gezicht en zjier oever giél ze loif. A.N. bast: laag onder de boomschors.
BELLEKES filmfoto’s aan de ingang van de cinema: -ne kir nor de bellekes zing. Gids vr Uithuizigen 21/3/1984: … koste nog insj nor de sinnema goon en ver te weiten woorda’t schoeinsjte stik spledjen, ginkte tein iest insj nor de bellekes zing.
BLOK in: -den blok veiren ’t gat moeten sleipen: voor alles moeten zorgen: Hoi most atoit den blok veiren ’t gat sleipen. Recht en Vrijheid 27/6/1909 (over): wat slapelooze nachten  het heeft berokkend aan dezen die den blok voor 't gat hebben moeten slijpen want wij bekennen het graag, in geldelijken nood hebben wij (socialistische tabaksfabriekS.M. De Rode Leeuw) meermalen verkeerd. Idem 22/1/1922: … de moeders en de vrouwen. zij die altoos de» blok voor 't gat moeten moeten slijpen, dan ook als er stakingen ontstaan en werkloosheid heerschte.

BOEINEN in: -God zal ’t a loeinen, me eirten en mè boeinen: Mon Mestdagh (Dendm.),Voorp. 10/1/1986: … brood en bonen, toendertijd de voornaamste maaltijd in de werkmanswoning (denk maar eens aan het gezegde: God zal het u lonen me erwten en bonen) … (ook Denderm., …)
*BOEMMELKES 2 ronde blozende wangen (voornamelijk bij kind). WNT: Evenals bom in Zuid-Nederland ook toegepast op „een dik vrouwmensch” of een dik kind met ronde wangen; verg. Westvlaamsch bommelachtig, opgeblazen.
BOEZJEIRINK grote, deinende boezem: Dedie heit boezjeirink, zee! Ook: beweigink: z’hei beweigink; ien me veil beweigink.
*BOGOIN   Hortense en dochters Irma en Mariette,
BOLLEKEN medicijn in pilvorm : een bolleken teigen ’t flesoin.
*DESTEREN Alg. Vlaamsch Idioticon, L. Schuermans 1867-’70: dijsteren: tot moes pletten, bv. aardappelen.  Werkm. 28/10/1892: Arm Europa als die Legers (van Frankrijk, Rusland, Duitsland) eens tegeneen botteren; ze zullen alles dijsteren en smijsteren.  
Geocatching.com O.Vl, 26 9 2009, Aan WP6 nen tijd staan "dijsteren" tot de eigenaars ons uit de nood kwamen redden
DOEIVEL in: -’t zal passeiren as den doeivel doeid es, mor a zitj me 13 jongeren in zen bedde: het zal nog zo vlug niet voorbij zijn. Verg. Werkm.13/1/1888't Zal beteren, zei Sus Parlot als den duivel dood is, maar hij en is nog niet ziek.
FIOLIETERKEN als koosnaam, bv. voor rondhossend kind.
GERREWOID -gèrrewoid oepen: wagenwijd open: de deir stond gerrewoid oepen. Vaneigens skynetblog,6/3/2008:ne keer goe rondgekeken. wa graat ge: 3 knoppekes (van mijn broek) toe en de tiretten gerrewijd open. en 'k heb een rooie slip aan !!! Oo
*HERINK liedje: Mè lief zoi teigen moi – ‘k Ben schoeiner as gegoi – Goi zè van nen herink voesjgekommen (bis)
HERT –‘k hem mè ’t hert afgetorren/afgestapt/afgeloeipen: buiten adem gelopen.

HOESJEPOT -azoei nen hoesjepot: zo een warboel. Voorp. 13/8/1976: Ik gon door of door nortoe, zonder doveir ghiel dénnen hoesjepot van papier en papperassen noeideg t'hemmen. Id. 30/3.1979:  … en
KATTENDAVER/KATTENDAGER linke kerel (lenkord), schijnheilige, gewetensloze deugniet  N.GvA 1/6/1984: As “Petjen” zen veirdeir oepentrèkt en hè ziet dat er nog drippelkes afloeipen en dat er nen dikke koter zjustr zè gat in zennen eirem pakt en der vanonder mooist, wa zeit ’n tèn: aah men bizjeken, stinkord of vooilen kattendager? Iendracht.be, 21/2/2009: Laat dienen kattendaver ginder in de limburg maar juichen met zijn nief machien (=gewonnen fototoestel). 
KOEIREKES zenuwen. In: -da werkt op men koeirekes: dat werkt me op de zenuwen. Gids v Uithuizigen juni 1986: Het (slecht weir) werkt op ne mensj zen koeirekes as ge thois zitj. Aankondiger 17/12/1992: … en as a kolleigas alle daugen oever ’t zelfde zaugen en annen boos gedierig oon vergeringen haaft dei graalek op a koeirekes weirken?
KOMPLIESJE 1 samenspraak, gesprek, samenkomst in besloten kring van gelijkgezinden;  cameraderie 2 bende, complot; GvA8/I/1966, Ph. De Paepe:   Dat (de bende speelkameraden van deMolenstraat/Werf) was de “compliesje” die meer dan 50 spelen had om de zomeravonden en de vakantietijd te vullen.    Voorp. 1/10/1976: Ge moetj ni direkt goon peizen dat dat allemool leiden zén van d' ien of d' ander kompliesje van de Zwérte Hand of nen anderen Koekoeksklan of hoe hoeidj da dingen allemool?  13/1/ 1978: 'k Was nog ni gielegans wakker van de ieste vergérink van de kompliesje woor da 'k in zit en die ge ghielzeikes oeik zetj kennen, de die meh heer lange kapmantels en heren bolhoed op (=De Draeckenieren).  Fr. complice: trawant, medeplichtige, medestander.  
KONOIN levenslustig, ondeugend kind.  Is. Terilinck, Zuid-Oostvlaandersch  Idioticon 1908-1924: Da' konij' van e manneke trekt de blommen af. Id.: Da’ kind es e konijn.  -blendj konoin: bereiding zonder konijnenvlees maar met de traditionele saus voor konijn ‘op Vlaamse wijze’: ajuinsaus met laurier, tijm, op een laag vuurtje gesudderd met aardappelschijfjes en een bodempje water of bruin bier. Ter vervanging van het konijn kunnen blinde vinken, wat spek of reepjes varkensspiering gebruikt worden. Blind konijn genoemd omdat er geen konijn, en zeker geen kop en dus geen konijnenogen, in verwerkt zitten. Eén van de oorlogsrecepten uit 1914-’18. In West-Vlaanderen: Blende Keun.
LAP -een dier lap: een dure zaak. Gids v Uith. Dec.1985: As ge nor de proizen (van de kerststalekes) ziet es dat oeik al een dier lap geworren.
LOREWIT dwaze, onnozele vrouw. Ook: bloremie. (WNT- blaar: dwaas vrouwmensch)
LOZJEI -ne lozjei van Hoebeik zen klein hoizekes: opgeslotene. August Hoebeeck (Aalst 1831 - 1913), schoenmaker, was tot zijn overlijden in 1913 de bewaker van het ‘doorgangshuis’ in de Kapellestraat, naast het huis Van Langenhove. Tijdens WOI we
*MACHOCHEL Middelnederlands machachel, van het Spaans muchchacha (=meisje)
MAUK -in de mauk zen:  in herstelling: menne velau es in de mauk. (A.N: in aanbouw, in voorbereiding, besteld om gemaakt te worden)
MEILEN in:- z’ heit nen toer te lank op de meilen gezeiten: ze is (ongewild) zwanger. Seril in Gids voor Uithuizigen, juli 1987: Z’ hei nen toer te lank op de meilen gezeiten (en de flosj gepakt?). Ook Denderhoutem (Meedelingen Heemk. Kring Haaltert, nr. 3 1998: Ze heeft te lang op de molen gezeten: wanneer een meisje 'in positie' (zwanger) was en men wilde dat, in
aanwezigheid van kinderen, aan anderen kwijt, dan werd deze verhullende uitspraak gebruikt.

*MEIZELEER Adjie menne meizeleer: gezegd als men iets voorgoed kwijt is.

MET'NANDEREN kort daarop (verwijst naar tegenstelling in handelen, toestand, …).  Denderb. 20/9/1868: Zy beklagen die familien, zy storten er tranen over, die valschaerds, en met den anderen kondigen zy de namen af der door ‘t geregt getroffene treffelyke persoonen, om ze aldus te schandvlekken, …
MIE -mie woid oepen: steeds ontvankelijke vrouw.
MOESJ -a mag dor oeik woeinen omda zen moesj (zennnen hoed) dor on de kapstok hangt: hij heeft er =(thuis) niet veel te zeggen.
MOLJERHAUG haagbeukhaag (gegeerd door meikevers).
OELEKENNE in: -deirtrokken zen gelèk een aa oelekenne: van alle markten thuis zijn, geslepen, sluw zijn.  Denderb. 14/9/1856: … den vos waermeê gy zul te doen hebben is doortrokken gelyk eene oliekan. 10/7/1983: GvA, gebr. Draakmans: Hii zelf doortrokken als een oude oliekan, had zich leep omfloerst met een sierlijke krans droge socissen.

OITGEWAGGELDEN (nen -): een geslepen, lepe kerel.  (ook: Welle)

ONZJIER Dat es oeik ienen van onzjier zèn zeiven slimste: een dommerik, geen groot licht.
OPBREEN vlees lichtjes braden om het langer te kunnen bewaren (vroeger had men immers geen koelkast): Ik zal dè kiek rezzekes opbreen, anders es ze meiren missching bedorven. L.W. Schuermans, Bijvoegsel aan het Algemeen Vlaamsch Idioticon. Leuven, 1883: Braad het vleesch op of 't zal seffens van de warmte weten. Volksst. 12/4/1928:  Indrukken van een Aalstenaar in Congo - Daar zijn boy het versch vleesch den dag te voren ontvangen had, had deze laatste het opgebraden en in den garde-manger gezet.2 aanbraden alvorens te stoven. GvA 16/8/1948:De haas in stukken snijden; deze met kokend water overgieten, dan zouten en peperen en ever met boter opbraden. Daarna het vlees een paar uur laten stoven in de jus (het vleesnat).

OSOM -in ienen osom : in één vlucht, ijlings: Werkm. 30/11/1888: … in een asem vliegt hij naar de Marengostraat; eilaas! Hij kwam te laat; W. Bilderdijk, Dichtwerken 1956-1859: Of rent, als razende en met zweepen aangespoor
PERSENAUKEL pastinaak. Werkm. 21/7/1911:  Omdat Jan een schoon liedje uitgevonden heeft van persenakelen. Chipka, nov. 2016,over Aalsterse hutsepot: We lezen ‘ajoin’ ‘savoei’ ‘raupen’ en houden even halt bij ‘persenaukel’. ‘Pastinaak,’ zegt Jo (Vlasschaert), ‘een vergeten groente.”
*PISJAF ook: niet meer mogen meedoen, uitgesloten worden (uit het spel)
POEFEN ploffen. Gids v Uithuizigen 21/3/1984: Van as dienen teivei opgekommen es … Ze poeffen eer in ere zeitel n veir eer oeigen gebeirt alles zonder da ze nog een efforken moeten doeng.
*RATTEN in:- (n)iet te ratten vallen, zèn: te (ver)krijgen zijn. De Aankondiger 21/3/1984: Wie da valeven den oerlogd meigemokt eit zal gieël zeikes weiten datter in die droeve Joren op gebied van ontspannik woinig te ratten was.  -valt er hier niet te ratten?: valt er hier iets te beleven, te krijgen?
*ROIZEN glijden. Gids vUith. April 1987: Tén ewa loter, es ’t begost te vriezen? As ek van de Groeite Mert kwam, lokst’k op mennen boik de Meilestroot nor beneen roizen.

*SAASKESVLIES goedkoop, minderwaardig vlees. L.P. Boon, tijdschrift Debat nr. 11-12, 1946: Want de mannen te Ter-Muren, die geen kans meer zagen het land rond de Labor te bewerken, werden op de Filature garentwijnders en ontvingen daar wat hongerloon voor, zeven frank en twee centiemen, waarvan hun vrouwen eenmaal in de week, de zondagnoen na de mis, wat sauskensvlees konden kopen. 2 gebruikt soepvlees (vb. uit de hutsepot) dat nadien nog eens gebraden wordt.

SADOTENGOREN sterk kakikleurig (vlas)garen, veelal op stervormig kartonnetje gewonden. Werd gebruikt voor de uniformen van het Belgisch leger. 2004, Karen Wuytens, ‘Medailles’, Scriptie  Universiteit Antwerpen www.scriptiebank.be/scriptie/2004/medailles: De dansbewegingen der bijen deden me ook denken aan ‘soldatengaren’ dat op een zeer eigen manier op een kartonnetje met een centraal gaatje gedraaid wordt.  11/9/2007 Lisa, ‘Alai Losa’, Seniorennet: In Indië géén "Lesley De Troch"  maar (kapster) "Raj Grover"... Waar de Indische dames ook best hun gading vonden …  krulspelden in het gitzwarte haar...  hun weelderig groeiende moustachkes lieten wegwerken met een bobijntje "soldatengaren"... Jazeker de Indische dames wisten van Wanten!!! 1/6/2011 Stien, gedicht ‘Handen’, Antwerpen www.bloggen.be/stien: bedden waarin mijn vingers slapen - tussen lakens van licht en lucht - en zongebleekt soldatengaren. (ook: Antwerpen)
SCHAMPAVIE van het Spaans scampavia(= smokkelarsbootje)
*SIS p 201) -nor de sis zen: LvA 23/6/1889: Te Kortrijk was de overgangsbrug aan de Doornijkpoort zaterdag bijna naar de sis, door ’t manoevreeren van eenen koopwarentrein. Id. 19/8/1894: Als man en vrouw niet aan een zeel trekken is ’t huishouden naar de sis. Volkst. 6/7/1895: Brand in ’t stekskesfabriek van Hoebeke, gebouwen, machines en millioenen dooskes, alles verbrand of naar de sis. LvA 17/5/1891: Als men geen strenge maatregels neemt tegen dat zwemmen in ’t oud Denderken (aan de Gheeraerdtslaan), is die schoone wandeling daar naar den Sis! Werkm. 22/4/1910: Is de heele maatschappij geen raderwerk dat netjes in elkander moet zitten, waar geen wielke, hoe klein en gering het schijne, mag ontbreken of het heele stel loopt naar de sus? Het Recht 1/12/1912: Hun ideaal ligt in de patatten, ’t is naar de Sus. -van zenne sis goon, vallen: Volksst. 5/5/1900: De dief schrikte zoo geweldig van dat plotselinge schelle stemgeluid, dat hij op de zenuwen geraakt werd en van zijnen sus ging. (ook: elders)
SJOEZEMIE vrouwenborst.

SJOEZEN zuigen (van baby aan borst of fles).

SMOISTEREN smijsteren: verpletteren: De Gentse groentenvrouwen aan de Abt van St.-Pieters nevens Gent, 10/5/1785:de stucken vliegen af en pletteren ons cabaesen - en smijsteren ons fruijt is dat niet aengenaem - als men hier sit en schromt met een geplettert kraem …  Werkm. 28/10/1892: Arm Europa als die Legers (van Frankrijk, Rusland, Duitsland) eens tegeneen botteren; ze zullen alles dijsteren en smijsteren.  LvA 14 12 1884: Hoe Tommen de bierkruier hem van ’t hoogste der vout  wilde op de kerkvloer te smijsteren werpen. Werkm. 16/1/1914: Hoe is ’t mogelijk? Turkije en Griekenland zijn nog rood van menschenbloed en zouden weder om willen vechten. Ze moesten die twee mogendheden kop tegen kop, tegen den muur smijsteren.
SPITSJEL verstuifbaar insecticide of pesticide. (1 inf.)

STAMMENEIZJIEVER cafépraat, toogpraat.

TOITELEER (in onbruik): hopvervalser (door bijmengen van bladeren e.d.). 1719, Ordonnanties Oostelijke Nederlanden: Dat de hoppe . . . door de landslieden ende kooplieden, namentlyk de gene van den platten lande, genaemt tuytelaers, wordt vervalscht ende verdorven met kruys ende andere groote gewrongen blaederen van de hoppe, ook met poeders, de welke sy daervan, ende van andere blaederen ende kruyden komen te maken.  L. Scheurmans, Algemeen Vlaamsch Idioticon. Leuven, 1865-1870: Tuitelaar, (is) een koopman, die bij geringe lieden hunnen voorraad hop afkoopen komt, dezen dan met betere hop mengt en zoo met winst voortverkoopt (Land v. Aalst).

TOORT half en half gelèk de toorten van Halle: slecht vakwerk; half werk, prutswerk. Recht en Vrijheid 26/2/1911:  De wetten die gemaakt worden ten voordeele van het werkende volk zijn raar en als er toch zulke komen, dan zijn zij maar half en half, zooals de taarten van Halle,…
UITGEWAGGELDEN (nen -): een geslepen, lepe kerel. (ook: Welle)

VANZELEIVEN 1 ooit. Roger De Smedt, alias Orgee, in Gids v Uithuizigen, juli 1987: Ik zal al schoein kondiesjes moeten kroigen om vanzeleven deffenetief Oilsjt te verloten, en tén nog zolle’k iesj twie kieren nopeizen. 2 vroeger:  Da zèn kammeroten van onze Peter vanzèleven.
VERJANEN -ha heit zen sengen verjaand: opgedaan aan betaalde liefde.  Zie ook: verjoept. Janen: neuken.
VERJOEPEN verspelen,opdoen (bv. aan betaalde liefde). Liedje: A heit aal zen sengen verjoept, tjoept, tjoept.  ZN. verjoepen: verpatsen. A.N. joepen:  springen, wippen. Ook: verjanen.
VERKOCHT -verkocht zen: diep ingeslapen zijn. Aank. 17/12/1992: … as ge teift in anne zeitel kroipen, zedde derekt verkocht …
VERSCHROKT -verschrokt broeid: oudbakken brood.  Denderb. 28/4/1912:   … dat er slordigheid, in 't hospitaal heerscht, dat aan de zieken wordt opgediend hard of verschrokt brood beplakt met margarine in plaats van boter.  O.F.F.I. Denderstr. 14/7/1946:  Toen Sis uit het vliegmachien stap te, zoo flink als Pie Kert en zoo frisch als een verschrokt kramiekbroodje van voor den oorlog, vlogen een zwerm journalisten op hem toe om hem onmiddellijk te intervieuwen. Verouderd A.N.: verschrookt: uitgedroogd, verschrompeld.
VOEGELAZJEIREN zie foto 1955 ( Molenstraat Carnaval).
VOILBAK in: -Goi zet oeik de slimsten thois, as de voilbakken boiten stoon: zeer dom.
WEGRIEPEN wegspurten, zich uit de voeten maken.De Volksst. 23/4/1934: Nestje Van den Bergh (de kleine Mussolini) was langs de achterdeur van de Onderwijsstraat willen wegreepen (uit het Vlaams huis). Verouderd A.N.: repen: haastig gaan.
ZEGGEN -’t es van ne goeien gezeid: dat moet hij/jij juist zeggen!        
ZJAUK in: -mokt da Zjauk wois: mak dat de ganzen wijs. -A on de wet van Zjauk haaven: zwijgplicht hebben, het taboe eerbiedigen.
*ZJIP frak. -in: ’t hink zèn zjip oit: het werkte op zijn zenuwen, het hing hem de keel uit.

 

Oilsjters: Liekes en Kinjerrèmpkes
POREWOIKESROET (denigrerend door omliggende buurten zo genoemd)  Arbeidershuizen in de  Beekveldstraat vanaf de hoek Beekveldstraat (in 1890 nog de oever van de beek zelf), onpare nummers. 12 Woonhuizen (huisnummers 55-77) in 1890 gebouwd door Gustaaf Parewijck, marmerbewerker uit de Korte Zoutstraat 36. 10 Jaar later gaan hij en zijn eveneens ongetrouwde broer als renteniers door het leven. Hij bouwde eerder in datzelfde jaar 1890 al 6 woonhuizen in de Nieuwbeekstraat, maar volgde de bouwplannen niet: ze werden te klein gebouwd (bezwaarschrift stadsbouwmeester J. Goedhals). Bron: Bouwvergunningen SAA.