In 't Schoein Vloms vlag schoon vlaams
Diksjoneir
Alle woerden
 
Algemien Neiderlands of Schoein Vloms (woorvan dat de mensjen wel isj peizen dat 't typisch Oilsjters es)
Zoid-Neiderlands of Vloms (woorvan dat de mensjen wel isj peizen dat 't typisch Oilsjters es)

11 gevonnen.
 

Algemien Neiderlands of Schoein Vloms
AFLEGGEN -e loik afleggen: een lijk wassen en opbaren
KLES klis, verwarde, verstrikte lok haar. Denderb. 21/2/1869: Onder haren halsdoek vond men eene klis grys hair, gelyk aen dit van het slachtoffer. Id. 6/1/1878: Aen een lap vel van den schedel hing nog eene klis hair … Id. 5/3/1896: Over eenigen tijd viel de 13-jarige Alfons Pazrmentier (te Moescroen) van een rijtuig; en sedert dat voorval had hij eene klis witte hairen gekregen. Dr. Isidoor Bauwens, Iwein van Aelst, 1896: de hoofdkok, paars en blauw, met eene klis vos haar in de krampachtig gesloten hand lag op den grond te spartelen.
MELKBOERENHONNENHOOR Melkboerenhondenhaar: schertsende benaming voor hoofdhaar van een vrij onbestemde, niet fraaie bruingele kleur, dat vaak ook nog weerbarstig is bij het kammen. (ook scherensliepershondenhaar en karnemelksboerenhondenhaar)

NODERAF >nadien. nader: vervolgens, nadien; vgl. achteraf.
NOVENANT navenant, in evenredigheid (met het vorige). Costumen vande twee steden ende lande van Aelst, 1618, Art. VIII: Daer mincke valt, … soo wordt de mincke bij Schepene ghetauxeert naer advenant van de winninge die dne gequeststen met sijn ambacht ofte neringhe te voorend ede. … idem Art. IX: Den lanxqr-levenden behout sijn tocht ter helft van de  patrimonale Leenen, …, midts dragende in advenant de lasten uytten gronden gaende.
De Werkm.7/1/1876: wij zeggen alleenlijk dat een man die wel werkt, 'nen treffelijken loon verdient, navenant dat zijn werk langdurig, lastig en gevaarlijk is;
*RIT rut (verouderd): onnozele, flauwe praat, ijle praat, wind ruiten: babbelen, ratelen, kwetteren
*RITTEKALLEKES (verouderd) rut, rits: nietig, berooid, alles verloren hebben (bij het spel)
SIKAMBER in: -ne fieren sikamber: 1 een ijdeltuit. 2 die zijn fierheid laat varen. L.P Boon, brief 26 correspondentie met R. Minne: Doe eens uw beste, en laat hen (de socialistische pers,warbij hij solliciteert) hun voorwaarden stellen: -ik, fiere sicamber, zal het hoofd in de schoot leggen.  (Clovis werd te Reims samen met 300 van zijn soldaten gedoopt door Sint-Remigius, met de woorden: “Buig het hoofd, fiere Sicamber. Aanbid wat je hebt verbrand, verbrand wat je hebt aanbeden!”). De Sicambers: Germaanse stam.
VANVEIREN -in: vanveiren ni weiten da ge vanachter bestotj/leeft: dom, sullig zijn:  a wetj vaveiren ni dat’n vanachter leeft/bestoot. 
VIGGE (courant naast biggen tot in de jaren 1950) Denderb. 18/10/1948De viggen-merkt was ook wel vóórzien; vóór 29 tot 50 franken kon men een paer zwaere viggens krygen. 13/1/1873: Maendag laetst 13 dezer tusschen 6 a 7 uren 's morgends is er eenen brand uitgeborsten in de woonst van Fr. De Clippel viggenkoopman op Aelst-Schaerbeek.  Denderb.  25/3/1900: Maar zeg eens, Pie man, wie, wie was het die in 't groen tabak fabriek aan 't janken is geweest gelijk een mager vigge, die disparaat den kop op tafel legde, roepende Snijdt mij den kop maar af!  Id.18/11/ 1923: Een viggen met kattepooten. ... . Het viggen in kwestie kan in de boomen klimmen, net als een aap.
WIEGSKEN in: -ha’n es in zen wiegsken ni versmacht: hij was hoogbejaard toen hij stierf. Gemeene Duytsche Spreckwoorden, 1550:  Ick en bin in die wieghe niet versuemet. D. Claes, BijvoegselHagelandsch Idioticon, 1904: Geen van al die broers is in de wieg versmacht; zij waren allemaal rond de negentig, toen zij stierven.